WCRF International logo
Home Kankerpreventie

Wat betekent risico?

“Onderzoek toont aan dat bewerkt vlees het risico op kanker verhoogt.”

“Overmatige blootstelling aan de zon verhoogt het risico op huidkanker.”

Het publiek ziet zich vaak geconfronteerd met ‘gezondheidswaarschuwingen’ zoals hierboven. Ze houden bijna altijd verband met bepaalde leefstijlfactoren en het risico op het krijgen van een bepaalde ziekte.

Maar wat is, in epidemiologische termen, ‘risico’ eigenlijk en hoe kunnen gezondheidsdeskundigen dit begrip op een zinvolle manier aan cliënten uitleggen?

Media hebben over het algemeen veel belangstelling voor factoren die bijdragen aan een verhoogd of verlaagd risico op kanker. De vraag is hoe nuttig zulke informatie is voor een algemeen publiek. En weten media en publiek hoe ze deze informatie moeten interpreteren?

Als gezondheidsdeskundige kunt u een belangrijke rol spelen bij het geven van adequate informatie aan uw cliënten over risico’s.

Absoluut of relatief
Een risico kunnen we uitdrukken in absolute of relatieve zin. Een absoluut risico geeft de kans aan op het ontwikkelen van een ziekte binnen een bepaalde groep. In het geval van een absoluut risico kun je uitspraken doen als: rokers hebben 25% kans om longkanker te ontwikkelen. Een absoluut risico laat echter niet zien welk verband er is met risicopercentages van andere groepen. In het voorbeeld van rokers is het interessant om te weten wat het risico op longkanker is bij een groep mensen die niet rookt.

In dit geval hanteren we de term relatief risico. Een relatief risico geeft aan hoeveel keer hoger of lager het risico in een bepaalde groep is, in vergelijking met een andere groep. Een relatief risico van drie betekent een drie keer hoger risico dan een bepaalde groep. Het geeft weer hoe waarschijnlijk het is dat een groep mensen die aan een bepaalde risicofactor blootgesteld is, de ziekte ontwikkelt ten opzichte van een groep mensen die niet is blootgesteld aan deze risicofactor.

Belang van relatief risico
Relatief risico is om twee redenen belangrijk.

1. Het helpt ons te ontdekken of er een relatie is tussen blootstelling aan een bepaalde risicofactor en het ontwikkelen van een bepaalde ziekte. Bijvoorbeeld of roken (= risicofactor) inderdaad tot de ontwikkeling van longkanker kan leiden.

Wanneer alle andere factoren binnen twee groepen hetzelfde zijn (zoals leeftijd, geslacht en opleiding) en de incidentie (het vóórkomen) van een ziekte tussen de twee groepen niet verschilt, dan kunnen we concluderen dat blootstelling aan die bepaalde risicofactor geen rol speelt bij de ontwikkeling van de ziekte. Omgekeerd, als een
ziekte veel binnen een ‘blootgestelde groep’ voorkomt, is er waarschijnlijk een verband tussen deze ziekte en de blootstelling aan die specifieke risicofactor. Al betekent dit niet direct dat blootstelling hieraan de ziekte heeft veroorzaakt.

2. Het relatieve risico geeft de impact aan van het blootstellen aan een specifieke risicofactor.

Voorbeeld
We vergelijken een groep rokers met een groep niet-rokers. Deze twee groepen zijn vergelijkbaar voor wat betreft factoren als leeftijd, geslacht en opleiding. In de groep rokers blijkt dat er meer personen zijn met longkanker dan in de groep niet-rokers. Ofwel: de incidentie (het vóórkomen van longkanker) in de groep rokers is hoger vergeleken met de incidentie bij de niet-rokers. Conclusie is dan dat roken de kans om longkanker te ontwikkelen verhoogt. Als er geen verschil zou zijn in het vóórkomen van longkanker in beide groepen, kunnen we concluderen dat roken het risico op longkanker niet vergroot.

Basisrisico
Bij een relatief risico is het belangrijk rekening te houden met het basisrisico van een groep. Als er in een groep bijvoorbeeld veel personen zitten die een verhoogd risico op dikke darmkanker hebben omdat dit in de familie voorkomt, of omdat ze veel darmpoliepen hebben, dan kan bij deze groep de impact van het relatieve risico groter zijn dan bij een groep mensen met een laag basisrisico. Het kan betekenen dat het relatieve risico tussen de twee groepen gelijk is, maar dat het absolute aantal gevallen van dikke darmkanker in de groep met een hoog basisrisico groter is.

Risico in context plaatsen
Al wordt het begrip relatief risico veel gebruikt, het kan misleidend zijn als het begrip niet in de juiste context is geplaatst. Denk bijvoorbeeld aan de loterij: iemand koopt één lot en zijn vriend koopt er vier. De vriend heeft dus een vier keer grotere kans (of risico) om de loterij te winnen. Anders gesteld: hij heeft een relatief risico van vier. Elk lot heeft echter een minuscule kans dat de jackpot erop valt, omdat er over het algemeen heel veel loten worden verkocht. In termen van gezondheid: als een ziekte zeldzaam is, hebben zelfs mensen met een hoog relatief risico een kleine kans om deze ziekte te ontwikkelen.

Bevolkingsrisico
Dit leidt tot een nieuw concept, genaamd ‘bevolkingsrisico’. Op een hele bevolking kan een bepaalde risicofactor die het risico op een bepaalde ziekte slechts matig verhoogt, toch voor veel ziektegevallen zorgen als de ziekte veel voorkomt. Denk aan borstkanker. Omgekeerd, als een ziekte zeldzaam is, dan kan een bepaalde risicofactor die het risico zeer verhoogt voor slechts enkele ziektegevallen zorgen. Dit heeft belangrijk implicaties voor de volksgezondheid.

Het berekenen van een risico is een complexe aangelegenheid. Wel kunnen gezondheidsdeskundigen hierover goede voorlichting geven aan cliënten door te vertellen welke risicofactoren in voeding en leefstijl een rol spelen bij het ontwikkelen van bepaalde ziekten zoals kanker.

In de spotlight: het risico op kanker

Bewerkt vlees en darmkanker

Voor het wetenschappelijke rapport Food, Nutrition, Physical Activity and the Prevention of Cancer: a Global Perspective zijn vele aspecten van voeding en leefstijl beoordeeld als risicofactoren voor kanker. Zo is gebleken dat bijvoorbeeld voor bewerkt vlees zelfs een kleine verandering in het relatieve risico kan leiden tot significant minder gevallen van kanker, nationaal en zelfs wereldwijd.

Uit een systematische literatuurstudie van 58 cohort- en case-control-studies is vast komen te staan dat er een overtuigend verband is tussen het eten van bewerkt vlees en het ontstaan van darmkanker. Het algemene relatieve risico lag rond 1,2. Dit betekent dat wanneer een persoon 50 gram bewerkt vlees per dag eet, hij of zij 20% meer kans heeft op het ontwikkelen van darmkanker dan een persoon die geen bewerkt vlees eet. Dit lijkt een matige stijging van het risico, maar kan leiden tot een groot aantal gevallen van darmkanker in een land waar veel bewerkt vlees wordt gegeten.

Nieuwe gegevens van de Integrale Kanker Centra (IKC) laten zien dat 1 op de 20 Nederlanders ooit darmkanker krijgt in zijn of haar leven.


 

 

 

 

 

 

 



 

 

Bronnen:

Food, Nutrition, Physical Activity and the Prevention of Cancer: a Global Perspective, WCRF/AICR, Washington D.C. 2007.

Informed newsletter, WCRF UK, voorjaar 2008.

Integrale Kanker Centra (IKC), cijfers 2009.

risico

Social bookmarking

Bookmark or email to a friend

Print